Floating shoulder

>Traumachirurgie >Floating shoulderAuteur: J. Sprakel, MD - Laatste update: 29-07-2014
Naar boven

Definitie

  •  Floating shoulder 1: Ipsilaterale fractuur van de clavicula en de scapulahals.
  •  Bij een floating shoulder is er sprake van een dubbele onderbreking van het Superior Shoulder Suspensory Complex (SSSC).

  •  Drie componenten van het SSSC:
  •          1. Clavicula met het AC-gewricht en het acromion
  •          2. Clavicula met de coracoclaviculaire ligamenten en het coracoïd
  •          3. Scapula (blad, hals, en glenoïd)

Superior Shoulder Suspensory Complex (SSSC)
Naar boven

Oorzaak

- Hoog energetisch trauma
Naar boven

Lichamelijk onderzoek

  • - Hematoomvorming rondom schouder
  • - Pijn in alle bewegingen van de schouder (functio laesa)
  • - Drukpijn over scapulablad
  • - Afwijkende stand clavicula (rechts/links verschil)
  • - Abnormale beweeglijkheid van twee botstukken ten op zichte van elkaar, eventueel crepitaties
  • - Drooping shoulder: patient met afhangende schouder door fractuur dislocatie, kan lijken op een glenohumerale luxatie
Geassocieerde letsels: 2-4
  • - Ribfractuur
  • - Zenuwschade, de plexus brachialis (uitval n. radialis, medianus en ulnaris)
  • - Vaatschade van arteria en vena subclavia, deze lopen vlak onder de clavicula
  • - Scapulothoracic dissociation
  • - Pneumo-/hematothorax
Naar boven

Diagnostiek

  • Röntgenopnames
  • - X-schouder AP, lateraal en axiaal
  • - Bij twijfel of verdenking intra-articulair → CT-scan

Floating shoulder (variant) - ligamentum coracoclavivculare lijkt intact te zijn: Hover over de afbeelding om bevindingen te zien
Naar boven

Classificatie

Geen classificatie systeem

Fractuurlijn door collum anatomicum (A) en fractuurlijn door collum chirurgicum (B).
De glenopolar angle (grijze lijnen) is de hoek tussen de lijn van het meest craniale punt naar het meest caudale punt van het glenoïd, en de lijn van het meest craniale punt van het glenoïd naar het meest caudale deel van het scapulablad.

Glenopolar angle - Collum anatomicum (A) en chirurgicum (B)
Naar boven

Conservatieve behandeling

Indicaties:
  • - Geen of geringe dislocatie van glenoid
  • - Fractuurlijn mediaal van processus coracoideus, bijvoorbeeld door collum chirurgicum (stabiele situatie)2
  • - Sterke comminutie


(Na-)behandeling:
  • - Immobilisatie met een sling of een schouderimmobilisator voor 6-8 weken 5


Follow-up:
  • - Controle na 1 week met X-schouder AP, lateraal en axiaal
  • - Controle na 2 week met X-schouder AP, lateraal en axiaal en oefeninstructies
  • - Controle na 6 week met X-schouder AP, lateraal en axiaal + functie controle

Functiecontrole:
Abductie / Adductie Anteflexie / Retroflexie Endo- / exorotatie bij arm naast lichaam met 90° gebogen elleboog met palm omhoog Anteversie / retroversie bij arm loodrecht in transversale vlak Endo- / exorotatie bij arm in 90° abductie met 90° gebogen elleboog
180° - 0° - 40° 180° – 0° – 50° 70° – 0° – 60° 160° – 0 °– 50° 70° – 0° – 90°
Naar boven

Operatieve behandeling

Indicaties:
  • - Dislocatie van de scapulahals van meer dan 25 mm
  • - Dislocatie van de scapulahals met een glenopolar angle van < 30 graden
  • - Fractuurlijn door collum anatomicum, lateraal van processus coracoideus (instabiel situatie) 2
  • - Progressie van migratie bij start conservatieve behandeling


(Na-)behandeling:
  • - Plaatosteosynthese van claviculafractuur ("de simpele fractuur") of behandeling AC-luxatie met osteosynthesemateriaal


Follow-up:
  • - Controle na 1 week met X-schouder AP, lateraal en axiaal
  • - Controle na 2 week met X-schouder AP, lateraal en axiaal en oefeninstructies
  • - Controle na 6 week met X-schouder AP, lateraal en axiaal + functie controle

Functiecontrole:
Abductie / Adductie Anteflexie / Retroflexie Endo- / exorotatie bij arm naast lichaam met 90° gebogen elleboog met palm omhoog Anteversie / retroversie bij arm loodrecht in transversale vlak Endo- / exorotatie bij arm in 90° abductie met 90° gebogen elleboog
180° - 0° - 40° 180° – 0° – 50° 70° – 0° – 60° 160° – 0 °– 50° 70° – 0° – 90°
Naar boven

Complicaties

  • - Niet-gediagnosticeerde floating shoulder
  • - Delayed union
  • - Malunion
  • - Non-union
  • - Chronische pijn
  • - Functiebeperking schouder
  • - Impingement
  • - Krachtsverlies schouder (abductorenzwakte)
  • - Neurovasculaire compressie
  • - Artrose bij intra-articulaire component
Naar boven

Naar boven

Naar boven

Coderingen

Diagnose Behandel Combinatie (DBC/DOT)
Chirurgie 205 + 206
Orthopedie 3006 + 3007

ICD-10
Scapulafractuur S42.1
Claviculafractuur S42.0
Abbreviated Injury Scale (AIS)
Scapulafractuur
Scapula fracture NFS750900.2
Scapula fracture - open750901.2
Scapula fracture - body 750951.2
Scapula fracture - body - open 750952.2
Scapula fracture - neck with or without body 750961.2
Scapula fracture - neck with or without body - open 750962.2
Scapula fracture - glenoid with or without neck or body 750971.2
Scapula fracture - glenoid with or without neck or body - open 750972.2

Claviculafractuur
Clavicle fracture NFS 750500.2
Clavicle fracture - open 750501.2
Clavicle shaft fracture 750621.2
Clavicle shaft fracture - open 750622.2
Clavicle shaft fracture - simple 750651.2
Clavicle shaft fracture - simple - open 750652.2
Clavicle shaft fracture - wedge; "butterfly” fragment 750661.2
Clavicle shaft fracture - wedge; "butterfly” fragment - open 750662.2
Clavicle shaft fracture - comminuted; segmental 750671.2
Clavicle shaft fracture - comminuted; segmental - open 750672.2
Naar boven

Referenties