Fractuur collumfemoris

>Trauma Surgery >Fractuur collumfemorisAuthor: J. Sprakel, MD - Latest update: 04-07-2014
Naar boven

Oorzaak

  • - Val op heup bij ouderen
  • - Hoog energetisch trauma bij jongeren
  • - Mate van pre‐existente klachten van de heup (coxarthrose)
  • - Woonsituatie (zelfstandig, verzorgingshuis, verpleeghuis)
  • - Preoperatieve mobiliteit en activiteitenniveau en gebruik van een hulpmiddel bij lopen
Naar boven

Lichamelijk onderzoek

  • - Pijn en drukpijn in de heup/lies
  • - Verkorting, exorotatie en abductie bij dislocatie
  • - Niet belastbaar, functio laesa
  • - Kloptest

Verkorting, exorotatie en abductie

Naar boven

Diagnostiek

  • Röntgenopnames
  • - X-bekken AP, X-heup lateraal
  •  
  • Optioneel
  • - Bij klinische verdenling zonder zichtbare fractuur: CT-scan, eventueel MRI
Naar boven

Classificatie

  • Onderscheid maken in: gedisloceerd versus geïnclaveerd / niet-gedisloceerd


Geïnclaveerd: Op AP-foto de mediale trabeculae een hoek van minimaal 160° maken met de mediale cortex van het femur en het been klinisch niet verkort is. De positie van het kophalsfragment op de axiale foto is niet van belang. Alle overige fracturen zijn als gedisloceerd (instabiel) te beschouwen.

  • Pauwels classificatie: steilte van fractuur op AP opname
  • - Pauwels Type 1: 0-30° (stabiel te reponeren)
  • - Pauwels Type 2: 30-70° (intermediair)
  • - Pauwels Type 3: >70° (niet stabiel te reponeren)

  • Garden classificatie: Stand van femurkop op AP opname
  • - Garden Type 1: Niet-gedisloceerd, niet volledige fractuur, valgusstand
  • - Garden Type 2: Niet-gedisloceerd, complete fractuur
  • - Garden Type 3: Gedisloceerd, varusstand
  • - Garden Type 4: Volledige dislocatie
  • - Cave: Axiale opname met >20° retroversie is instabiel, vaak ook comminutief

Op basis van deze classificatie wordt, mede op grond van andere, meer algemene overwegingen, gekozen voor een behandeling.

Valt de keuze op een osteosynthese, dan verdient het aanbeveling na repositie van de fractuur onder doorlichting de fractuursteilte te bepalen met indeling naar Pauwels.

Pauwels classificatie


Garden classificatie

Naar boven

Nottingham Hip Fracture Score (NHFS)

Voorspellende indicator voor 30-dagen mortaliteit na heupfractuur bij kwetsbare ouderen

Nottingham Hip Fracture Score (NHFS)
Variabele Waarde Score
Leeftijd <66 jaar 0
66-85 jaar 3
≥86 jaar 4
Geslacht Man 1
Hb bij opname ≤10 g/dl 1
MMTS ≤6 van de 10 1
Woont in instelling Ja 1
Aantal co-morbiditeiten ≥2 1
Maligniteiten Ja 1
Naar boven

Conservatieve behandeling

Indicaties:
  • - In principe geen plaats voor conservatieve behandeling
  • - Optioneel ASA 1-2 mobiele patiente met Garden 1 fractuur
  • - Niet operabele patiënten


(Na-)behandeling:
  • - 8 weken partieel belasten, waarna volledig belasten


Follow-up:
  • - Poliklinische controle 1 week met X-bekken en X-heup lateraal
  • - Poliklinische controle 4 weken met X-bekken en X-heup lateraal
  • - Poliklinische controle 3 maanden met X-bekken en X-heup lateraal
Naar boven

Operatieve behandeling

Indicaties:
  • - Vrijwel all fracturen van het collum femoris


(Na-)behandeling:
  • - Garden type 1 & 2: 3 gecannuleerde schroeven of Dynamic Hip Screw (DHS)
  • - Garden type 3 & 4 bij jonge patiënten: kopsparend, Dynamic Hip Screw (DHS) of 3 gecanuleerde schroeven
  • - Garden type 3 & 4 bij oudere patiënten >70 jaar en/of ASA 3-5: Kop Hals Prothese (KHP)
  • - Pathologische fractuur: KHP
  • - Fractuur met gevorderde artrose: THP
  • - Fractuur met reumatoïde artrose: THP
  • -Belast mobiliseren
  • -Indien niet optimale osteosynthese zo nodig partieel belasten
  • - X-heup AP en lateraal 1 dag post-operatief


Follow-up:
  • - Poliklinische controle 6 weken met X-heup AP en lateraal
  • - Poliklinische controle 3 maanden met X-heup AP en lateraal en functiecontrole
  • - Geen X-controle nodig bij KHP
Naar boven

Complicaties

  • - Mortaliteit: 12-37%
  • - Secundaire dislocatie bij conservatieve behandeling
  • - Kopnecrose
  • - Non-union of malunion
  • - Pseudoartrose
  • - Cut-out
  • - Infectie osteosynthese materiaal
  • - Luxatie bij KHP
  • - Decubitus
  • - Nabloeding
  • - Trombose
  • - Pneumonie
  • - Wondinfectie