Tibiaschachtfractuur

>Traumachirurgie >TibiaschachtfractuurAuteur: J. Sprakel, MD - Laatste update: 21-12-2015
Naar boven

Oorzaak

  • - Meestal door direct inwerkend geweld
  • - Soms ook door indirect inwerkend geweld, bijvoorbeeld een torsiekracht die wordt uitgeoefend op het onderbeen of axiale krachtuitoefening in varus of valgus
  • - Vaak bestaat er een rotatiecomponent
  • - Synoniem: Crurisfractuur (zowel tibia als fibulafractuur)
Naar boven

Lichamelijk onderzoek

  • - Pijn
  • - Niet kunnen belasten
  • - Zwelling
  • - Hematoom
  • - Standsafwijking
  • - Let op perifere pulsaties en neurologische status
  • - Cave: compartiment syndroom
  • - Luxatiestand bij bedreigende circulatie meteen reponeren door tractie aan de voet/enkel en aanleggen spalk
Naar boven

Diagnostiek

  • - X‐foto’s AP + lateraal
  • - CT‐scan is vrijwel nooit geïndiceerd
Naar boven

Classificatie

Classificiatie volgens AO

Simpele fractuur (AO 42-A)

42-A1.1 Spiraal,
fibula intact
42-A1.2 Spiraal,
fibula fractuur ander niveau
42-A1.3 Spiraal,
fibula fractuur zelfde niveau

42-A2.1 Schuine fractuur (>30o),
fibula intact
42-A2.2 Schuine fractuur (>30o),
fibula fractuur ander niveau
42-A2.3 Schuine fractuur (>30o),
fibula fractuur zelfde niveau

42-A3.1 Dwarse fractuur (<30o),
fibula intact
42-A3.2 Dwarse fractuur (<30o),
fibula fractuur ander niveau
42-A3.3 Dwarse fractuur (<30o),
fibula fractuur zelfde niveau


Wedge fractuur (AO 42-B)

42-B1.1 Spiraal wedge,
fibula intact
42-B1.2 Spiraal wedge,
fibula fractuur ander niveau
42-B1.3 Spiraal wedge,
fibula fractuur zelfde niveau

42-B2.1 Bending wedge,
fibula intact
42-B2.2 Bending wedge,
fibula fractuur ander niveau
42-B2.3 Bending wedge,
fibula fractuur zelfde niveau

42-B3.1 Gefragmenteerde wedge,
fibula intact
42-B3.2 Gefragmenteerde wedge,
fibula fractuur ander niveau
42-B3.3 Gefragmenteerde wedge,
fibula fractuur zelfde niveau


Complexe fracturen (AO 42-C)

42-C1 Complex Spiraal

42-C2.1 Segmentaal,
met intermediate segmental fragment
42-C2.2 Segmentaal,
met intermediate segmental fragment & additionele wedge
42-C2.3 Segmentaal,
met 2 intermediate segmentale fragmenten

42-C3 Complex multifragmentair/irregulair
Naar boven

Conservatieve behandeling

Indicaties:
  • - Initeel niet of minimaal gedisloceerde fractuur (met dus waarschijnlijk intact periost)
  • - Patiënten die gelet op leeftijd en algemene conditie niet voor operatie in aanmerking komen


(Na-)behandeling:
  • - 1 week mineraal bovenbeensgips, gevolgd door kunststof bovenbeensgips tot 4‐6 weken, afhankelijk van de fractuur configuratie. Daarna  Sarmiento brace tot 12 weken
  • - NB: bij volwassenen is een recurvatie van 5o, antecurvatie van 10o, een valgus tot 10o en varus van slechts enkele graden te accepteren


Follow-up:
Poliklinische follow‐up
Na 1 week Na 4-6 weken Na 3 maanden Na 6 maanden Na 12 maanden (op indicatie)
‐ X‐onderbeen: stand conform?
- Gipswissel naar circulair kunstof bovenbeengips (CBBG)
‐ X‐onderbeen
‐ Gips verwijderen en aanleggen Sarmientobrace
‐ Oefeninstructies
‐ Start fysiotherapie
- Functiecontrole
- X‐onderbeen
‐ Sarmientobrace af bij consolidatie
‐ ZN Oefeninstructies
‐ ZN fysiotherapie
‐ Functiecontrole
- X‐onderbeen
‐ ZN Oefeninstructies
- ZN fysiotherapie
‐ Functiecontrole

NOTE: Een geïsoleerde tibiaschachtfractuur neigt, door de staande fibula, bij conservatieve behandeling bijna altijd tot varisering. De staande fibula geeft ook distractie waardoor de kans op delayed union en pseudo arthrose vergroot is. Alleen bij een niet of nauwelijks gedisloceerde dwarse, en snel belastbare, fractuur is een conservatieve behandeling gerechtvaardigd.
Naar boven

Operatieve behandeling

Indicaties:
  • - Alle gedisloceerde fracturen


(Na-)behandeling:
  • Afhankelijk van fractuurconfiguratie:
  • - Intramedullaire fixatie middels Expert Tibia Nail of T2-tibia pen
  • - Plaatosteosteosynthese
  • - Bij dwarse fractuur belast nabehandelen zodra de weke delen (zwelling) en pijn dit toelaten  
  • - Bij schuine of spiraal fractuur 6 weken onbelast, daarna volledig belast mobiliseren


Follow-up:
Poliklinische follow‐up
Na 2 weken Na 6 weken Na 3 maanden Na 6 maanden Na 12 maanden (op indicatie)
‐ Hechtingen verwijderen
‐ Oefeninstructies
‐ Functiecontrole
- X‐onderbeen
‐ ZN Oefeninstructies
‐ ZN fysiotherapie
‐ Functiecontrole
- X‐onderbeen
‐ ZN Oefeninstructies
‐ ZN fysiotherapie
‐ Functiecontrole
- X‐onderbeen
‐ ZN Oefeninstructies
‐ ZN fysiotherapie
‐ Functiecontrole
- X‐onderbeen
‐ Beoordelen noodzaak VOSM bij volledige radiologische consolidatie
Naar boven

Complicaties

  • Conservatieve behandeling:
  • - Varisering door intacte fibula
  • - Pseudoartrose
  • - Delayed union
  • - Drukulcera t.g.v. gipsimmobilisatie
  • - Diep veneuze trombose
  • Operatieve behandeling:
  • - Wondinfectie
  • - (Na-)bloeding
  • - Uitbreken osteosynthese materiaal
  • - Vaat‐ (a. poplitea) of zenuwletsel
  • - Pijnklachten en/of functieverlies ondanks geslaagde osteosynthese
  • - Nonunion
  • - Diep veneuze trombose
  • - Compartimentsyndroom
  • - Rotatie‐afwijking
Naar boven

Naar boven

Naar boven

Referenties

1. Schemitsch EH, Bhandari M, Guyatt G, Sanders DW, Swiontkowski M, Tornetta P, Walter SD, Zdero R, Goslings JC, Teague D, Jeray K, McKee MD; Prognostic factors for predicting outcomes after intramedullary nailing of the tibia. Study to Prospectively Evaluate Reamed Intramedullary Nails in Patients with Tibial Fractures (SPRINT) Investigators. J Bone Joint Surg Am. 2012 Oct 3;94(19):1786-93