Splenectomie

>Abdominal / Oncological Surgery >SplenectomieAuthor: J. Sprakel, MD - Latest update: 25-05-2014
Naar boven

Indicatie

  • - Iatrogeen letsel
    Kans bij:
    - Operatie van het abdominaal aneurysma 1-3 0,1-1%
    - Colonoperaties 1,4-5 1,2-8%
    - Open hiatushernia plastieken 2-6 tot 20%
  • - Miltruptuur
  • - Idiopathische trombocytopenische pupura (ITP)
  • - Lymforeticulaire maligniteiten
Naar boven

Post-operatief

- Dage­lijks controle van thrombocy­ten, bij meer >500 K/μL trombocyten starten Acetylsalicylzuur 1 dd 80 mg
- Minimaal 48 uur opname (latentieperiode van Baudet) → kans op re-ruptuur bij conservatief behandelde miltrupturen
Naar boven

Complicaties

  • - Patienten met asplenie hebben toegenomen risico op infecties met gekapselde bacteriën, zoals Streptococcus pneumoniae, Haemophilus influenzae en Neisseria meningitides.
  • - Overall morbiditeitsrisico van 16-84% en mortaliteitrisico 10-14%1,7-8
  • - Overwhelming post splenectomy sepsis (OPSS) - incidentie 1-2%9-11 - mortaliteit 50-70% 12
  • - Pneumonie 13
  • - Intra- en post-operatieve bloeding 13
  • - Thrombocytose met of zonder veneuze tromboembolie - incidentie 75% - piek tussen 7-20 dagen13-15
  • - Pancreatitis13
  • - Fistel naar de maag13
Naar boven

Preventieve maatregelen

Vaccinaties 16
- Indien spoed ingreep vaccinaties bij voorkeur 2 weken post-operatief
- Indien electieve ingreep vaccinaties bij voorkeur 2 weken pre-operatief

Micro-organisme Vaccin Leeftijd? Herhalen?
Pneumokokken 23-valent polysacharidepneumokokken vaccin (PPV23) >5 jaar Iedere 5 jaar
Na 3 jaar bij kinderen jonger dan 10 jaar
Pneumokokken 13-valent conjugaat pneumokokken vaccin (PCV13) >2 maanden - <5 jaar Eenmalig
Meningokokken Meningokokkenvaccin type C > 2 maanden Eenmalig
Haemophilus influenzae type B (Hib) Hib-vaccin >2 maanden Eenmalig
Influenza virus Griepprik >6 maande Jaarlijks


Antibioticaprofylaxe
Antibioticaprofylaxe (Amoxicilline of Claritromycine) Leeftijd?
Continue antibiotische profylaxe gedurende de eerste twee jaar na splenectomie bij kinderen< 18 jaar <18 jaar
Antibiotica "op zak" Alle patiënten
Naar boven

Operatieverslag Laparoscopische splenectomie

Time Out Procedure (TOP). Patiënt in rechter zijligging in de knik, iets gedraaid. Desinfecteren met Chloorhexidine en steriel afdekken. Twee vingers onder ribbenboog wordt een drietal incisieplaatsen gemarkeerd waarbij we centraal beginnen met het open introduceren van de Blunt Tip trocart. Onder zicht worden links een 11mm en rechts een 10mm ingebracht. Scopiëren. Adhesies van het colon descendens. Deze worden met de Ultracision vrij gemaakt. Vervolgens de flexura lienalis gemobiliseerd onderlangs de milt. Dan richten we ons op de hilus, deze wordt voorzichtig uitgeprepareerd en de arteria en vena lienalis rondom vrij gemaakt, waarna de vaatstapler Echelon 45 kan worden geplaatst en de vascularisatie in de hilus flush worden afgeniet. Vervolgens wordt met de Ultracision de vasa brevia doorgenomen, waarna de milt los ligt. Deze is circa 10cm en is intact.De Blunt Tip wordt vervangen voor de 15mm trocart waarna we de Endocatch inbrengen. De milt wordt in de zak geplaatst, naar buiten gebracht. Delen worden voor PA ingestuurd. Nogmaals inspectie, geen bloeding. Uitnemen van trocarts en sluiten van de fascie van verschillende trocart openingen met Polysorb 1 en de huid met Monosof 4.0.
Naar boven

Referenties

1. Cassar K, Munro A. Iatrogenic splenic injury. J R Coll Surg Edinb. 2002;47:731-41.
2. Coon WW. Iatrogenic splenic injury. Am J Surg. 1990;159:585-8.
3. Eaton MA, Valentine J, Jackson MR, Modrall J, Clagett P. Incidental splenic injury during abdominal vascular surgery: a case-controlled analysis. J Am Coll Surg. 2000;190:58-64.
4. Konstadoulakis MM, Kymionis GD, Leandros E, Ricaniadis N, Manouras A, Krespis E, et al. Long term effect of splenectomy on patients operated on for cancer of the left colon: a retrospective study.Eur J Surg. 1999;165:583-7.
5. Langevin JM, Rothenberger DA, Goldberg SM. Accidental splenic injury during treatment of the colon and rectum. Surg Gynecol Obstet. 1984;159:139-44.
6. Rogers DM, Herrington jr JL, Morton C. Incidental splenectomy associated with Nissen fundoplication. Ann Surg. 1980;191:153-6.
7. Fabri PJ, Metz EN, Nick WV, Zollinger RM. Proceedings: a quarter century with splenectomy. Changing concepts. Arch Surg. 1974;108:569-75.
8. Traetow WD, Fabri PJ, Carey LC. Changing indications for splenectomy. 30 years’ experience. Arch Surg. 1980;115:447-51.
9. Holdsworth RJ, Irving AD, Cuschieri A. Postsplenectomy sepsis and its mortality rate: actual versus perceived risks. Br J Surg. 1991;78:1031-8.
10. Shaw JH, Print CG. Postsplenectomy sepsis. Br J Surg. 1989;76:1074-81.
11. Dijk GW van, Leeuwen HJ van, Gijn J van, Hoepelman IM. Geen milt meer: indicatie voor pneumokokkenvaccinatie. Ned Tijdschr Geneeskd.2003;147:425-8.
12. Aavitsland P, Frøholm LO, Høiby EA, Lystad A. Risk of pneumococcal disease in individuals without a spleen. Lancet. 1994;344:1504.
13. Qu Y, Ren S, Li C, et al. Management of postoperative complications following splenectomy. Int Surg 2013; 98:55.
14. Boxer MA, Braun J, Ellman L. Thromboembolic risk of postsplenectomy thrombocytosis. Arch Surg. 1978:113(7):808–809.
15. Greer JP, Foerster J, Lukens JN, Rodgers GM, Paraskevas F, Glader B, editors. Wintrobes Clinical Hematology. 11th ed. Philadelphia: Lippincott Williams & Wilkins 1981. pp. 1128–1134.
16. Melles DC, Marie S de. Prevention of infections in hyposplenic and asplenic patients: an update. Neth J Med. 2004;62:45-52.