Laparoscopische splenectomie

>Abdominale / Oncologische chirurgie >Laparoscopische splenectomieAuteur: J. Sprakel, MD - Laatste update: 18-07-2018
Naar boven

Operatieverslag Laparoscopische splenectomie

Indicatie:
Idiopathische trombocytopenische pupura (ITP)

Verslag:
Time Out Procedure (TOP). Patiënt in rechter zijligging in de knik, iets gedraaid. Desinfecteren met Chloorhexidine en steriel afdekken. Twee vingers onder ribbenboog wordt een drietal incisieplaatsen gemarkeerd waarbij we centraal beginnen met het open introduceren van de Blunt Tip trocart. Onder zicht worden links een 11mm en rechts een 10mm ingebracht. Scopiëren. Adhesies van het colon descendens. Deze worden met de Ultracision vrij gemaakt. Vervolgens de flexura lienalis gemobiliseerd onderlangs de milt. Dan richten we ons op de hilus, deze wordt voorzichtig uitgeprepareerd en de arteria en vena lienalis rondom vrij gemaakt, waarna de vaatstapler Echelon 45 kan worden geplaatst en de vascularisatie in de hilus flush worden afgeniet. Vervolgens wordt met de Ultracision de vasa brevia doorgenomen, waarna de milt los ligt. Deze is circa 10cm en is intact.De Blunt Tip wordt vervangen voor de 15mm trocart waarna we de Endocatch inbrengen. De milt wordt in de zak geplaatst, naar buiten gebracht. Delen worden voor PA ingestuurd. Nogmaals inspectie, geen bloeding. Uitnemen van trocarts en sluiten van de fascie van verschillende trocart openingen met Polysorb 1 en de huid met Monocryl 4.0. Sign out procedure.

Post-operatieve conclusie:
Laparoscopische splenectomie ivm idiopathische trombocytopenische pupura (ITP)

Post-operatieve instructies:
- 1 dag post-op Hb, Ht, nierfunctie, trombocyten
- Dage­lijks controle van thrombocy­ten, bij meer >500 K/μL trombocyten starten Acetylsalicylzuur 1 dd 80 mg
- Vaccinaties en antibiotica conform richtlijn voor preventie van infecties bij mensen met (functionele) hypo- en asplenie
Naar boven

Indicatie

  • - Iatrogeen letsel
    Kans bij:
    - Operatie van het abdominaal aneurysma 1-3 0,1-1%
    - Colonoperaties 1,4-5 1,2-8%
    - Open hiatushernia plastieken 2-6 tot 20%
  • - Miltruptuur
  • - Idiopathische trombocytopenische pupura (ITP)
  • - Lymforeticulaire maligniteiten
Naar boven

Post-operatief

- Dage­lijks controle van thrombocy­ten, bij meer >500 K/μL trombocyten starten Acetylsalicylzuur 1 dd 80 mg
- Minimaal 48 uur opname (latentieperiode van Baudet) → kans op re-ruptuur bij conservatief behandelde miltrupturen
Naar boven

Complicaties

  • - Patienten met asplenie hebben toegenomen risico op infecties met gekapselde bacteriën, zoals Streptococcus pneumoniae, Haemophilus influenzae en Neisseria meningitides.
  • - Overall morbiditeitsrisico van 16-84% en mortaliteitrisico 10-14%1,7-8
  • - Overwhelming post splenectomy sepsis (OPSS) - incidentie 1-2%9-11 - mortaliteit 50-70% 12
  • - Pneumonie 13
  • - Intra- en post-operatieve bloeding 13
  • - Thrombocytose met of zonder veneuze tromboembolie - incidentie 75% - piek tussen 7-20 dagen13-15
  • - Pancreatitis13
  • - Fistel naar de maag13
Naar boven

Preventieve maatregelen

Vaccinaties 16
- Indien spoed ingreep vaccinaties bij voorkeur 2 weken post-operatief
- Indien electieve ingreep vaccinaties bij voorkeur 2 weken pre-operatief

Vaccins volwassenen 17
Micro-organisme Vaccin Herhalen? Opmerkingen
Pneumokokken 13-valent conjugaat pneumokokken vaccin (PCV13) Eenmalig Bij voorkeur 2 maanden vóór PPV-23
Pneumokokken 23-valent polysacharidepneumokokken vaccin (PPV23) Na 5 jaar minimaal 1 keer herhalen Bij voorkeur 2 maanden na PCV-13
Meningokokken Men ACWY Eenmalig
Haemophilus influenzae type B (Hib) Hib-vaccin Eenmalig
Influenza virus Griepprik Jaarlijks


Antibiotica volwassenen 17
Antibiotica Opmerkingen
Profylaxe Feneticilline 2dd250 mg of 1dd500 mg Eerste 2 jaar na splenectomie
Bij overgevoeligheid: azitromycine 3x/wk 250mg of claritromycine 1 dd 500mg
On demand Amoxicilline/clavulaanzuur 3dd 500/125 mg Bij overgevoeligheid: claritromycine 2 dd 500mg of moxifloxacine 1 dd 400mg indien macroliden al profylactisch worden gebruikt.
Bij dierenbeet Amoxicilline/clavulaanzuur 3dd 500/125 mg gedurende 7 dg Bij overgevoeligheid: clindamycine 600 mg 3 dd + ciprofloxacine 500 mg 2 dd gedurende 5 dg
Na Overwhelming Postsplenectomy Infection (OPSI) / Post Splenectomie Sepsis (PSS) Dagelijks antibiotica levenslang
Feneticilline 2dd250 mg of 1dd500 mg
Bij overgevoeligheid: azitromycine 3x/wk 250mg of claritromycine 1 dd 500mg
Naar boven

Referenties

1. Cassar K, Munro A. Iatrogenic splenic injury. J R Coll Surg Edinb. 2002;47:731-41.
2. Coon WW. Iatrogenic splenic injury. Am J Surg. 1990;159:585-8.
3. Eaton MA, Valentine J, Jackson MR, Modrall J, Clagett P. Incidental splenic injury during abdominal vascular surgery: a case-controlled analysis. J Am Coll Surg. 2000;190:58-64.
4. Konstadoulakis MM, Kymionis GD, Leandros E, Ricaniadis N, Manouras A, Krespis E, et al. Long term effect of splenectomy on patients operated on for cancer of the left colon: a retrospective study.Eur J Surg. 1999;165:583-7.
5. Langevin JM, Rothenberger DA, Goldberg SM. Accidental splenic injury during treatment of the colon and rectum. Surg Gynecol Obstet. 1984;159:139-44.
6. Rogers DM, Herrington jr JL, Morton C. Incidental splenectomy associated with Nissen fundoplication. Ann Surg. 1980;191:153-6.
7. Fabri PJ, Metz EN, Nick WV, Zollinger RM. Proceedings: a quarter century with splenectomy. Changing concepts. Arch Surg. 1974;108:569-75.
8. Traetow WD, Fabri PJ, Carey LC. Changing indications for splenectomy. 30 years’ experience. Arch Surg. 1980;115:447-51.
9. Holdsworth RJ, Irving AD, Cuschieri A. Postsplenectomy sepsis and its mortality rate: actual versus perceived risks. Br J Surg. 1991;78:1031-8.
10. Shaw JH, Print CG. Postsplenectomy sepsis. Br J Surg. 1989;76:1074-81.
11. Dijk GW van, Leeuwen HJ van, Gijn J van, Hoepelman IM. Geen milt meer: indicatie voor pneumokokkenvaccinatie. Ned Tijdschr Geneeskd.2003;147:425-8.
12. Aavitsland P, Frøholm LO, Høiby EA, Lystad A. Risk of pneumococcal disease in individuals without a spleen. Lancet. 1994;344:1504.
13. Qu Y, Ren S, Li C, et al. Management of postoperative complications following splenectomy. Int Surg 2013; 98:55.
14. Boxer MA, Braun J, Ellman L. Thromboembolic risk of postsplenectomy thrombocytosis. Arch Surg. 1978:113(7):808–809.
15. Greer JP, Foerster J, Lukens JN, Rodgers GM, Paraskevas F, Glader B, editors. Wintrobes Clinical Hematology. 11th ed. Philadelphia: Lippincott Williams & Wilkins 1981. pp. 1128–1134.
16. Melles DC, Marie S de. Prevention of infections in hyposplenic and asplenic patients: an update. Neth J Med. 2004;62:45-52.
17. RIVM Richtlijn voor preventie van infecties bij mensen met (functionele) hypo- en asplenie - bijgewerkt september 2017