Ablatio mammae

>Abdominale / Oncologische chirurgie >Ablatio mammaeAuteur: J. Sprakel, MD - Laatste update: 28-06-2016
Naar boven

Operatieverslag ablatio mamma

Indicatie: DCIS graad 1, met clusters multicentrisch en multifocaal niet palpabele calcificaties linker mamma lateraal waarvoor door patiënte gekozen voor ablatio mamma links met sentinel node

Verslag: Pre-operatief is er een radioactieve tracer toegediend ter opsporing van de SN. Time out procedure. Geen antimicrobiële profylaxe. Patient in rugligging met linker arm op armplank in 90° abductie. Subdermaal inspuiten 1 ml Patent Blue peri-areolair. Huidincisie volgens de gemodificeerde lijnen van Stewart. Diathermisch afprepareren van de bovenste huidflap van het mammaweefsel. Incideren van de fascie van de musculus pectoralis major. Creëren van de onderste huidlap. Afprepareren van de mamma met medenemen van de fascie van de musculus pectoralis major. Uit de pectoralis tredende bloedvaatjes worden gecoaguleerd. Haemostase. De SN wordt opgespoord in de oksel: SN 846 CPS en niet blauw. Subcutaan wordt de huid naar elkaar toegebracht met Vicryl 2.0. De huid wordt intracutaan gesloten met Moncryl 3.0. Steristrips. De linker mamma weegt 1340 gram en wordt craniaal gemarkeerd opgestuurd voor pathologisch onderzoek. Sign out procedure. Geschat bloedverlies 40cc. .

Post-operatieve conclusie: Ablatio mamma links met sentinel node ivm DCIS graad 1, met clusters multicentrisch en multifocaal niet palpabele calcificaties linker mamma lateraal
Naar boven

Vragen aan patholoog bij ablatio-preparaat

  • - Histologische type volgens WHO, invasief en in situ
  • - Maximale tumordiameter (invasief en in situ?)
  • - Gradering (invasief) volgens gemodificeerde Bloom en Richardson
  • - MAI
  • - ER status (positief indien > 10% positieve tumorcellen)
  • - PR status (positief indien > 10% positieve tumorcellen)
  • - HER2 status
  • - Minimale tumorvrije marge
  • - Indien niet radicaal: focaal of meer dan focaal
  • - De zijde met krapste marge of positieve snijvlak
  • Indien neoadjuvante chemotherapie gehad, respons in de mamma
  • 1. Complete pathologische respons:
           I geen rest invasief carcinoom
           II geen rest invasief carcinoom maar wel aanwezigheid van DCIS
  • 2. Partiële respons:
          I minimale rest invasief carcinoom (bijvoorbeeld alleen verspreid nog enkele losgelegen of in groepjes gelegen tumorcellen
          II duidelijk respons op therapie maar met 10-50% rest invasief carcinoom
          III > 50% invasieve tumorcellen nog aanwezig bij vergelijking met het voorafgaande naaldbiopt, maar wel met sommige kenmerken van respons (bijvoorbeeld fibrose).
  • 3. Geen respons:
          Geen aanwijzingen voor respons op therapie
Naar boven

Soorten ablatio s

Mamma-ablatios door de jaren heen
Halsted Mastectomie, resectie m. pectoralis major en minor, 3-level okselklierdissectie, resectie van n. thoracodorsalis en n. thoracicus longus
Meyer
(gemodificeerde Halsted)
Eerst 3-level okselklierdissectie, gevolgd door mastectomie en m. pectoralis major en minor resectie, resectie van n. thoracodorsalis en n. thoracicus longus
Rodman-Patey Mastectomie, resectie pectoralis minor, 3-level okselklierdissectie
Madden Mastectomie, level 1 & 2 okselklierdissectie
Naar boven

Incisie patronen ablatio

Verschillende incisiepatronen door de jaren heen
Klassieke elliptische incisie volgens Stewart
(voor centrale en subareolaire primaire tumoren)
Gemodificeerde incisie volgens Stewart
(voor mediaal gelegen primaire tumoren)
Naar boven

Complicaties

- Seroom
- Wondinfectie
- Flap necrose
Naar boven

Referenties

Landelijke richtlijn Mammacarcinoom versie: 2.0, NABON, Consensus based 2012-02-13, Evidence based 2008-09-01