Schildkliercarcinoom

>Abdominal / Oncological Surgery >SchildkliercarcinoomAuthor: J. Sprakel, MD - Latest update: 22-02-2015
Naar boven

Algemeen

  • Het betreft hier de richtlijn over het goed gedifferentieerd schildkliercarcinoom.
  •  
  • Goed gedifferentieerd schildkliercarcinoom (folliculair epitheel) (80-85%):
  • - Papillair carcinoom
  • - Folliculair carcinoom / Hürthle cel carcinoom
  •  
  • - Verhouding papillair : folliculair van 4:1
  • - Incidentie: man 2/100.000 per jaar - vrouw 4,5/100.000 per jaar
  •  
  •  
  • Ongedifferentieerd schildkliercarcinoom (15-20%):
  • - Medullair carcinoom - C-cellen (5-10%)
  • - Anaplastisch/ongedifferentieerd carcinoom (6%)
Naar boven

Kliniek

  • Kenmerken die meer voorkomen bij maligniteit:
  • - Nieuwe nodus of een die duidelijk toeneemt in grootte
  • - Nodus bij een positieve familie-anamnese voor schildkliercarcinoom
  • - Nodus bij patienten met bestraling van de hals in de voorgeschiedenis met name op jeugdige leeftijd
  • - Nodus bij patienten <20 of >60 jaar en speciaal bij mannen
  • - Onverklaarde heesheid en verandering van stem geassocieerd met een struma
  • - Cervicale lymfadenopathie (met name diep cervicaal of supraclaviculair)
  • - Stridor (laat symptoom)
  • Lichamelijk onderzoek:
  • - Afwijking meestal >1,5cm
  • - Enkelvoudig of multinodulair struma
  • - Fixatie van solide nodus aan de omgeving
  • - Pathologische lymfeklieren
Naar boven

Diagnostiek

  • Laboratorium onderzoek
  • - TSH-bepaling (afwijkend --> verwijzing internist-endocrinoloog)
  •  
  • Echo hals + US-FNAC
  • - Echogeleide Fine Needle Aspiration Cytology (US-FNAC) (in 8-20% van de gevallen onvoldoende materiaal) 1-4
  • - Bij onvoldoende materiaal herhaal echogeleide FNAC (in 3-4% van de gevallen onvoldoende materiaal) 2,3,5
  •  
  • Immuuncytochemie
  • - Over het algemeen geen indicatie
  • - Bij DD schildkliercarcinoom of lymfoom (LCA, thyreoglobuline en TTF1)
  • - Aantonen/uitsluiten medullair schildkliercarcinoom (clacitonine, CEA, thyreoiglobuline)
  •  
  • Histologisch naaldbiopt:
  • - Over algemeen geen aanvullende waarde boven cytologie
  • - Alleen bij sterke verdenking op anaplastisch carcinoom
  •  
  • Toekomst
  • - Gecombineerde score van echo hals en cytologie - zogenaamde Thyroid Image Reporting And Data System (TIRADS)
  •  
  • Incidentaloom schildklier (niet palpabele nodus)
  • - Bij echografie: Geen routinematige diagnostiek
    - Bij CT of MRI: Geen routinematige diagnostiek
    - Bij FDG-PET(/CT): FNAC bij verhoogd TSH
    - Redenen om wel diagnostiek te verrichten: 1. Ongerustheid bij patient
    2. Combinatie van beeldvormende parameters die voor de onderzoeker reden zijn om voor nadere diagnostiek te kiezen
Naar boven

Bethesda classificatie voor schildklier cytologie

Bethesda classificatie voor schildklier cytologie 7
Categorie Risico op maligniteit Management suggesties
1. Niet diagnostisch: 1-4% Herhalen FNAC met of zonder echografie
- Cyste-inhoud
- Acellulair preparaat
- Overig (klontering, bloed; tevens < 6 groepen van 10 duidelijke folliculaire cellen, gedegenereerde, slecht kleurende folliculaire cellen)
2. Benigne: 0-3% Klinische follow-up
- Passend bij een benigne folliculaire nodus (adenomatoid, hyperplastisch, colloid, etc)
- Lymfocytaire (Hashimoto) thryreoïditis
- Granulomateuze (subacute) thryreoïditis
3. AUS of FLUS 5-15% Herhalen FNAC
- Atypie van onzekere betekenis (AUS)
- Folliculaire laesie van onzekere betekenis (FLUS)
4. Folliculaire neoplasie – verdacht voor folliculaire neoplasie: 15-30% Diagnostische hemithyreoidectomie
Specificeer bij Hürthle cel (oncocytair) type
5. Verdacht voor maligniteit: 60-75% Diagnostische hemi/totale thyreoidectomie
- Papillair schildkliercarcinoom
- Medullair schildkliercarcinoom
- Metastase
- Maligne lymfoom
- Overige
6. Maligne: 97-99% Totale thyreoidectomie
- Papillair schildkliercarcinoom
- Slecht gedifferentieerd schildkliercarcinoom
- Medullair schildkliercarcinoom
- Ongedifferentieerd (anaplastisch) schildkliercarcinoom
- Plaveiselcelcarcinoom
- Metastase
- Non-Hodgkin lymfoom
- Overig
Naar boven

TNM-classificatie & pTNM classificatie

TNM classificatie voor papillair en folliculair schildkliercarcinoom8
T - primaire tumor N - Regionale lymfeklieren M - Afstandsmetastasen
Tx Primaire tumor kan niet worden geidentificeerd Nx Regionale lymfeklieren kunnen niet worden geidentificeerd
T0 Geen aanwijzingen voor een primaire tumor N0 Geen aanwijzingen voor regionale lymfekliermetastasen M0 Geen afstandsmetastasen
T1a Tumor <1cm, gelimiteerd tot de schildklier N1a Lymfekliermetastase in level VI (pre- en paratracheaal, inclusief prelaryngeaal en Delphian lymfeklieren M1 Afstandsmetastasen
T1b Tumor >1cm en <2cm, gelimiteerd tot de schildklier N1b Lymfekliermetastasen in andere unilaterale, bilaterale of contralaterale cervicale of bovenste medistainale lymfeklieren
T2 Tumor >2cm en <4cm, gelimiteerd tot de schildklier
T3 Tumor >4cm, gelimiteerd tot de schildklier of met minimale uitbreiding extra-thyroidaal (e.g. uitbreiding in sternothyroidale spier of perithyroidale weke delen)
T4a Tumor groeit buiten schildklier en groeit in één van de volgende structuren: subcutane weke delen, larynx, trachea, oesophagus, n. laryngeus recurrens (tak van n. vagus)
T4b Tumor groeit in pre-vertebrale fascie, mediastinale vaten of omhult de carotis
 
Alle anaplastische carcinomen zijn T4 tumoren
T4a Tumor van elke grootte, gelimiteerd tot de schildklier
T4b Tumor van elke grootte, met groei buiten de schildklier
Naar boven

Behandeling

  • (Diagnostische) Hemithyreodectomie:
  • - Bethesda 4 & 5
  • - Papillair schildkliercarcinoom <1 cm zonder aanwijzingen op lymfekliermetastasen
  •  
  • Totale thyreodectomie gevolgd door 131I:
  • - Bethesda 5 & 6
  • - Niet radicale resectie na hemithreodectomie
  • - Multifocaal papillair carcinoom in het hemithyreoidectomie preparaat
  • - Patienten met verhoogde kans op schildkliermaligniteit in contralaterale schildklierkwab
  • - Minimaal invasief folliculair carcinoom (MIFC)
Naar boven

Referenties

1. Alexander EK, Heering JP, Benson CB, Frates MC, Doubilet PM, Cibas ES, et al. Assessment of nondiagnostic ultrasound-guided fine needle aspirations of thyroid nodules. J Clin Endocrinol Metab 2002; 87(11):4924-7.
2. Al Maqbali T, tedla M, Weickert MO, Mehanna H. Malignancy risk analysis in patiënts with inadquate fine needle aspiration cytology (FNAC) of the thyroid. PloS ONE 2012; 7(11): e49078.
3. Chow LS, Gharib H, Goellner JR, van Heerden JA. Nondiagnostic thyroid fine-needle aspiration cytology: management dilemmas. Thyroid 2001; 11(12)1147-1151.
4. Choi YS, Hong SW, Kwak JY, Moon HJ, Kim EK. Clinical and ultrasonographic findings affecting nondiagnostic results upon the second needle aspiration for thyroid nodules. Ann Surg Oncol 2012; 19: 2304-2309.
5. Danese D, Sciacchitano S, Farsetti A, Andreoli M, Pontecorvi A. Diagnostic accuracy of conventional versus sonography-guided fine-needle aspiration biopsy of thyroid nodules. Thyroid 1998; 8(1):15-21.
6. Rossi ED, Raffaelli M, Mule A, Zannoni GF, Pontecorvi A, Santeusanio G, Minimo C, Fadda G. Relevance of immunohistochemiostry on thin-layer cytology in thyroid lesions suspicious for medullary carcinoma. A case-control study. Appl Immunohistochem Mol Morphol 2008; 16: 548-553.
7. Ali SZ, Cibas ES. The Bethesda system for reporting thyroid cytopathology. Definitions, criteria and explanatory notes. Springer, 2010.