Verstopte voedingssonde

>Algemene chirurgie >Verstopte voedingssondeAuteur: J. Sprakel, MD - Laatste update: 09-02-2016
Naar boven

Oorzaak

  • 1. Energieverrijkte, eiwitrijke en vezelrijke voeding vaak viskeus en stroperig wat voor ophoping van partikels in de sonde zorgt (diameter sonde en snelheid van infusie van belang) 1,2
  • 2. Toediening medicatie via sonde
  • 3. Dislocatie of knik in sonde 1-3
Naar boven

Deblokkeren sonde

  • 1. Sonde tussen duim en wijsvinger te rollen, niet aantrekken
  • 2. Spoel de sonde met lauw water, hoe kleiner de gebruikte injectiespuit, hoe groter de druk waarmee het water ingespoten wordt, doe dit met een pompende beweging
  • 3. Spoel de sonde met Natriumbicarbonaat (NaHCO3 1.4% in kleine injectiespuit)1
  • 4. Aspireer de sonde en vul de sonde vervolgens met pancreasenzymen (Panzytrat (lipase 25.000, amylase 22.500 en protease 1250 FIP-E)) 1,2,5,7-9
  • NOTE:
  • - Doorspuiten met koolzuurhoudende dranken, vruchtensappen en oplossingen van acetylcysteine, als middel om de sonde te spoelen of te deblokkeren, ten sterkste afgeraden
  • - Niettegenstaande dat de luchtbellen in de koolzuurhoudende dranken de vlokken aan de wand van de sonde losmaken, zorgt de zuurtegraad van deze en bovenstaande vloeistoffen voor een toename van de vlokvorming
  • - Bovendien bevat cola fosforzuur, wat mogelijks reageert met calcium en vervolgens neerslaat tegen de wand van de sonde 1,2,4,7
Naar boven

Preventieve maatregelen ter voorkoming verstopping

  • 1. Grotere diameter van sonde 2,4
  • 2. Gebruik van een voedingspomp die de sonde automatisch spoelt 1,4
  • 3. Beperkt toediening van medicatie van de sonde tot een minimum 1,5-6
  • 4. Spoel de maagsonde voor en na het toedienen van sondevoeding of medicatie, na het wisselen van de sondevoeding, bij onderbreking of stopzetting van de sondevoeding en voor en na het aspireren van maaginhoud. 1,2,4-7
  • 5. Tijdens continue toediening van sondevoeding wordt er aangeraden om de sonde om de 4 uur met 25 tot 50 ml water te spoelen1
Naar boven

Referenties

  • 1. Prins, F.(2000). Schone sondes: juiste voorzorg houdt voedingssonde open. Nursing, (2), 44-45.
  • 2. Lindsen, F., Uffink, T. van den Brink, G.(2003). Intensive-care-verpleegkunde: deel 2 (4de dr.). Maarssen: Elsevier Gezondheidszorg.
  • 3. Paquay, L.(1999, aug.). Ongemak van katheters. Nursing, 6(8), p.54.
  • 4. Cannaby, A.M., Evans, L., Freeman, A. (2002). Nursing care of patients with nasogastric feeding tubes. British Journal of Nursing, 11(6), 366-372
  • 5. Best, C.(2005). Caring for the patient with a nasogastric tube. Nursing Standard, 20(3), 59-65.
  • 6. Gulanick, M., Myers, J.L. (2007).Nursing care plans: nursing diagnosis and intervention (p.691-697). Elsevier Health Science.
  • 7. Neal, R.S.,Reising, D.L.(2005). Enteral tube flushing. The American Journal of Nursing, 105(3), 58-63.
  • 8. Leslie, G.D., Williams, T.A.(2004). A review of the nursing care of enteral feeding tubes in critically ill adults: part I. Intensive and Critical Care Nursing, 20, 330-343.
  • 9. Leslie, G.D., Williams, T.A.(2005). A review of the nursing care of enteral feeding tubes in critically ill adults: part II. Intensive and Critical Care Nursing, 21, 5-15.