Knieluxatie

>Trauma Surgery >KnieluxatieAuthor: J. Sprakel, MD - Latest update: 06-08-2014
Naar boven

Oorzaak

  • - Grof direct inwerkend geweld met overstrekking
  • - Grof direct inwerkend geweld met zuiver achterwaartse verplaatsing van de tibia ten opzichte van het femur ("dashboard trauma")
  • - Rotatietrauma van de geflecteerde knie bij belast been
Naar boven

Lichamelijk onderzoek

  • - Zichtbare dislocatie van tibia tov femur
  • - Erg pijnlijk vooral valgus- en varusstress en rotatie
  • - Niet belastbaar, strekstand vrijwel niet mogelijk
  • - Haemarthros ontbreekt vaak, doordat bloed weglekt in verscheurde weke delen
  • - Objectiveer vasculaire status: E/A-index
  • - Functie n. peroneus (dorsoflexie enkel - klapvoet)
Naar boven

Diagnostiek

  • - X-knie AP & lateraal
  • - CT-angiografie overwegen

Posterieure knieluxatie

CT‐angiografie met vaatafsluiting a.poplitea na knie luxatie t.g.v. dissectie
Naar boven

Classificatie

  • Indeling naar de mate van instabiliteit
  • - Luxatie (richting van luxatie aangeven)
  • - Anteromediale instabiliteit
  • - Anterolaterale instabiliteit
  • - Posterolaterale instabilieit

Richting van knieluxatie
Naar boven

Conservatieve behandeling

Zo snel mogelijk luxatiestand van knie opheffen, door tractie en het uitoefenen van kracht op de verplaatste tibia!

Indicaties:
  • - Zelden


(Na-)behandeling:
  • - Opname
  • - Bovenbeengips voor 12 weken, evt. 6 weken met scharnierbrace


Follow-up:
Poliklinische follow‐up
Na 2 weken Na 6 weken Na 3 maanden Na 6 maanden Na 12 maanden (op indicatie)
‐ X‐knie: stand conform?
- Evt. gipswissel
‐ X‐knie
‐ Gips verwijderen en evt. aanleggen scharnierbrace
‐ Oefeninstructies
‐ Start fysiotherapie
- Functiecontrole, stabiliteit testen
- X‐knie
‐ ZN Oefeninstructies
‐ ZN fysiotherapie
‐ Functiecontrole
- X‐knie
‐ ZN Oefeninstructies
- ZN fysiotherapie
‐ Functiecontrole
Naar boven

Operatieve behandeling

Zo snel mogelijk luxatiestand van knie opheffen, door tractie en het uitoefenen van kracht op de verplaatste tibia!

Indicaties:
  • - Vaatletsel (intima letsel a. poplitea)
  • - Ernstige instabiliteit op basis van collateraal, kruisbandletsel en kapselbeschadiging


Behandeling:
  • - Herstel van vaatletsel liefst binnen 2 uur
  • - Fixateur externe
  • - Overleg orthopedie over behandeling weke delen letsel:
  •             - Primair of secundaire reconstructie?
  •             - Posterolaterale instabiliteit : Reconstructie van PCL (Ligamentum cruciatum posterius) en POL ( Ligamentum popliteum obliquum)
  •             - Anteromediale of anterolaterale instabiliteit: Reconstructie van posterolaterale en posteromediale structuren, de collaterale banden, het kapsel en de menisci


Nabehandeling:
  • - Onbelast mobiliseren met evt. scharnierbrace
  • - Consult revalidatie-geneeskunde
  •             - Bij peroneusletsel: peroneusveer
  •             - Bij instabiliteitsklachten van knie: brace


Follow-up:
Poliklinische follow‐up
Na 2 weken Na 6 weken Na 3 maanden Na 6 maanden Na 12 maanden (op indicatie)
‐ Hechtingen verwijderen
- X‐knie: stand conform?
- Fix ex af, evt. scharnierbrace voor enkele weken
‐ Functiecontrole
- X‐knie
‐ ZN Oefeninstructies
‐ ZN fysiotherapie
‐ Functiecontrole, stabiliteit testen
- X‐knie
‐ ZN Oefeninstructies
‐ ZN fysiotherapie
‐ Functiecontrole
- X‐knie
‐ ZN Oefeninstructies
‐ ZN fysiotherapie
‐ Functiecontrole
- X‐knie
Naar boven

Complicaties

  • Conservatieve behandeling:
  • - Verminderde flexie/extensie knie
  • - Intimaletsel a. poplitea met secundaire trombosering en ischemie van het onderbeen
  • - Ernstig chronische instabiliteit indien geen chirurische reconstructie plaatsvindt
  • - Verminderde kniefunctie (met name flexiebeperking)
  • - Peroneusuitval (klapvoet)
  • - Drukulcera t.g.v. gipsimmobilisatie
  • - Diep veneuze trombose
  • Operatieve behandeling:
  • - Verminderde flexie/extensie knie
  • - Wondinfectie
  • - (Na-)bloeding
  • - Diep veneuze trombose
  • - Intimaletsel a. poplitea met secundaire trombosering en ischemie van het onderbeen
  • - Ernstig chronische instabiliteit indien geen chirurische reconstructie plaatsvindt
  • - Verminderde kniefunctie (met name flexiebeperking)
  • - Peroneusuitval (klapvoet)